Inleiding

Na een lange omweg kon Voorburg in 1993 het eerste gebundelde straatnamenboek verwelkomen onder de titel 'De Straten op, de Lanen in'. Dankzij sponsoring van de toen pas in Voorburg gevestigde N.V. Duinwaterbedrijf Zuid-Holland, konden toen vele Voorburgers en oud-Voorburgers een aantrekkelijk boekje in ontvangst komen nemen. Voor velen was het aangenaam om iets over de 'eigen' straat of laan te weten te komen. Tot ver over onze grenzen bleek er vraag naar te zijn. Er werd zelfs gevraagd om het boekje voor de klein- of achterkleinkinderen te willen vertalen in het Engels.

Voor de samensteller was het een eerste introductie en kennismaking met de rijke Voorburgse historie, waarvan een aantal jaren terug met enige trots het tweeduizendjarig bestaan was gevierd. De fusie tussen de beide buren Leidschendam en Voorburg was dan ook een welkome gelegenheid om ook een straatnamenboek van Leidschendam te gaan maken. De samensteller, die nu zijn 'pensioengerechtigde' leeftijd ziet naderen, vond het een schitterende uitdaging om nu ook over de grenzen van het eigen dorp te gaan kijken bij de buren.

Eenvoudig was het niet, want Leidschendam was dan weer Veur en Stompwijk, dan weer Leidschendam, dan weer Veur en Stompwijk en ook nog een beetje Wilsveen en ten slotte weer Leidschendam. Tot er op 1 januari 2002 een nieuwe gemeente Leidschendam-Voorburg kwam. Het was ook niet zo verwonderlijk dat er nogal wat commotie ontstond over de naamgeving. Zowel Voorburg, als Leidschendam bleken behoorlijk gehecht aan hun historische namen. Het gemis van de namen Stompwijk, Veur en Wilsveen wordt in dit nu voorliggende boekwerk ruimschoots goedgemaakt. Alle voormalige dorpen en buurtschappen, ook 'die Leytschen Damme' komen ruimschoots aan bod in de weergegeven achtergronden van de straatnamen.

Want gelukkig heeft Leidschendam -zeker de laatste decennia- veel historisch besef opgebracht om straten namen te geven die op de een of andere wijze een link leggen naar de rijke historie van de dorpen rond 'de Leytsche Dam'. Op die manier blijft er tenminste nog iets over van het vele dat inmiddels verdwenen is.

Ook heeft men in Leidschendam naast straten die zijn vernoemd naar bomen, bloemen, planten en vogels toch ook een heel grote plaats ingeruimd voor de eigen historie straten vernoemd naar personen uit een heel wat minder roemrucht verleden: de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Dit alles afgewisseld met straatnamen vernoemd naar de diverse dorpsdokters en niet te vergeten namen uit de historie van de vele voorvaderen en -moeders van ons huidige vorstenhuis.

Nu weten we tenminste dat Willem de Rijke niet 'rijk' werd genoemd vanwege zijn bezittingen, maar vanwege het rijke kindertal in zijn gezin. En dat prinses Marie Louise zo'n geliefde prinses was, dat het volk haar de koosnaam 'Marijke Meu' toedichtte, oftewel 'Tante Marijke'. Maar ook dat historische kanjers als St. Willibrordus en St. Bonifacius in het dagelijks gebruik vaak heel wat minder 'heilig of sint' waren, dan wat doorgaans aan hen wordt toegedicht.

Bij al het onderzoek dat hieraan vooraf gegaan is kwamen soms heel merkwaardige zaken naar voren. Wat te denken van de H. Agatha -toch vooral in Veur geen onbekende heilige- die op een wel heel bijzondere manier de patrones van de broodbakkers en de klokkenmakers werd.? En wat heeft zich allemaal afgespeeld rond de 'colck ende verlaet in den Leytschen Damme' ?

Zo af en toe viel er in de doorgaans zo rustige en overwegend agrarische dorpen best wel wat te beleven.
En zo kom ik vanzelf ook op de verantwoording van de totstandkoming van dit werk en een aantal tips voor de gebruiker.