9e Keer Bangladesh

 

9e Keer Bangladesh

Als je de 9e keer Bangladesh bezoekt, weet je intussen wel hoe allerlei dagelijkse dingen toegaan. Dat laat evenwel ruimte genoeg voor verwondering of hulpeloosheid in situaties die je niet vertrouwd zijn op het moment dat je ermee te maken krijgt. 
Je leert op je eigen manier naar je omgeving kijken en die duiden. Voorbeeld: op mijn eerste rit - dit keer, 5 december dus - van het vliegveld naar de stad  doemt al spoedig bij nadering van de stad de enorme fly-over in aanbouw die in de toekomst de verkeersader tussen vliegveld en Dhaka moet ontlasten.

Een enorm, kilometers lang gevaarte, in aanbouw genomen door Chinese bedrijven. Bengaalse arbeiders voeren het werk onder leiding van Chinese ingenieurs en onderaannemers uit. In het optimisme van zo´n weerzien na een jaar Nederland bekijk je het vooral met een gevoel van tevredenheid dat het karwei aangepakt wordt. De verkeersverstopping in de verbinding tussen vliegveld en een metropool van 11 miljoen is onvoorstelbaar. Dagen later bekijk je de enorme bouwputten, pilaren en deksegmenten met gemengde gevoelens: het beroep op de Chinese inbreng gebeurt niet zozeer omdat de Bengalen dat technisch niet voor elkaar kunnen krijgen,  maar omdat  de corruptie zover is doorgevoerd dat Bengaalse overheid plus Bengaals consortium het eenvoudigweg organisatorisch niet kunnen.

Ze missen de greep op de productie om geknoei met bouwmaterialen en constructies te voorkomen. Hier is corruptie niet zozeer schadelijk vanwege een voortdurend weglekken van gelden, maar een regelrechte oorzaak van volledige onmacht om zo´n geval volgens de minimale normen van veiligheid te bouwen.  Je wordt er pas goed somber van, wanneer je bedenkt dat deze fly-over symbool staat voor vrijwel alles wat overheidsorganisaties aan producten en diensten leveren of faciliteren.  Iedereen weet dat het volstrekt onder de maat is, iedereen heeft er in hoge mate last van (behalve de plegers van corruptie op het moment dat ze daarmee bezig zijn).



Dit negende bezoek van vijf weken is in veel opzichten een herhaling van zetten: bezoeken aan de diverse musea en archieven van het land met gesprekken over gebreken in het beheer en verbetermogelijkheden, meestal onmogelijkheden beter gezegd. De workshops in de National Archives in Dhaka, opgehangen aan concrete aktiviteiten en werkzaamheden van alledag. Ontmoetingen met mensen die vanuit hun specifieke interesse en/of functies waardevolle inbreng kunnen hebben wat betreft BARM.