Europese Commissie zet onderzoek grondprijs Damplein voort

22 februari 2012 - Na eerder informeel onderzoek te hebben gedaan naar de grondprijsverlaging voor het bouwplan op het Damplein in Leidschendam Centrum, stelt de Europese Commissie nu een formeel onderzoek in. Het bouwplan omvat winkels, woningen en een openbare parkeergarage. In 2009 verlaagde het samenwerkingsverband Vof Leidschendam Centrum, waarin de gemeente voor vijftig procent participeert, de grondprijs voor het Damplein. Dankzij de grondprijsverlaging werd dit cruciale bouwplan voor de herstructurering van het centrum van Leidschendam vlotgetrokken en kon de bouw van start. De Europese Commissie wil nu onderzoeken of met de prijsverlaging staatssteun is verleend aan de projectontwikkelaar van het Damplein, Schouten & De Jong Bouwfonds.

Damplein
Het Damplein heeft als eerste deelproject een trekkersrol voor de hele herstructurering van het oude centrum van Leidschendam. Eerdere juridische stappen door de Stichting Behoud Damplein zorgden voor flinke vertragingen. De daarbovenop komende kredietcrisis vormde een ernstige bedreiging voor de herstructurering van het centrum en het daar gelegen winkelgebied. De Vof Leidschendam Centrum achtte het onverantwoord het Damplein nog jaren braak te laten liggen. In de crisis slaagde de projectontwikkelaar er niet in om het voor de start bouw benodigde percentage voorverkochte woningen te behalen. In overleg werd daarom besloten de grondprijs te verlagen naar een, onder de gegeven omstandigheden, nieuwe marktconforme grondprijs. Op grond hiervan besloot de projectontwikkelaar, ondanks het feit dat de woningen nog niet voorverkocht waren, toch te starten met de bouw. De instemming van de gemeente met deze grondprijsverlaging staat niet op zich. Vanwege de voortdurende crisis in de woningmarkt verlaagden meerdere gemeenten de grondprijzen.

Voorlopig oordeel EU
Het voorlopig oordeel van de Europese Commissie is, dat met deze grondprijsverlaging, staatssteun is verleend aan de projectontwikkelaar. De Commissie heeft daarom een formele onderzoeksprocedure ingeleid. Dat betekent, dat zij gaat onderzoeken of er inderdaad sprake is van een steunmaatregel in de zin van artikel 107 van het Europees Verdrag (VWEU) en of deze steunmaatregel verenigbaar is met de interne markt. Daarvan zou sprake kunnen zijn, als de steun is verleend in het belang van de economische bedrijvigheid of de regionale economie.
De gemeente meent binnen de juridische kaders te hebben gehandeld en verleent uiteraard volledige medewerking. De gemeente voelt zich hierbij gesterkt door de uitspraak van de Raad van State van 14 juli 2010 over het bouwplan. De Raad van State overwoog destijds dat er “onvoldoende grond was voor het oordeel, dat de gemeente in strijd met de Europese regels financiële steun heeft verleend.”
Bij haar voorlopig oordeel is de Commissie overigens niet uitgegaan van de juiste feiten en bedragen. De gemeente heeft dit inmiddels doorgegeven. De Commissie heeft een termijn van achttien maanden om haar definitieve oordeel te geven over deze zaak. Hierna is beroep mogelijk bij het Europese Hof.