
Een moeizame relatie
Wethouder Rensen: - Tussen gemeenten en Kabinet worden de verhoudingen er niet beter op. Dat terwijl beide bestuurslagen elkaar keihard nodig hebben de komende jaren om dit land nog een beetje op de weg te houden. In de zomer lukte het al niet om een Bestuursakkoord af te sluiten omdat gemeenten – terecht – zeer bevreesd waren voor de financiële effecten van het voorgenomen beleid rond de sociale zekerheid. Terwijl er in principe een groot draagvlak was onder gemeenten voor de extra taken die het gevolg zouden zijn vanwege de decentralisatie van de Wajong en de samenvoeging van de Wet Werk en Bijstand, de Wet Investeren in Jongeren en de Wet Sociale Werkvoorziening tot één nieuwe Wet Werken naar Vermogen.
Alsof de financiële onzekerheid voor gemeenten al niet groot genoeg is, is het Kabinet ook nog op het onzalige idee gekomen om de verdeling van de financiële middelen over de gemeenten vanuit het Gemeentefonds ter discussie te stellen. Natuurlijk, er zullen in de loop van de afgelopen jaren best wel wat onevenwichtigheden in het re-allocatiemodel zijn geslopen. Maar voordat er sprake is van een nieuw, door alle gemeenten geaccepteerd, verdeelmodel, zal er enorm veel inzet en discussie in gaan zitten. Energie die gemeenten hard nodig hebben voor andere en betere zaken. In Binnenlands Bestuur schreeuwen de wethouders financiën van de grote steden deze week haast van de daken naar het Kabinet om op te houden met het sleutelen aan het huidige financiële verdeelmodel.
Een oproep onlangs van gemeenten om na te denken over andere vormen van eigen belastingheffing, werd door het Kabinet met één haal van tafel geveegd. Onlogisch is dat idee echter totaal niet: er is geen land in Europa waar gemeenten zo weinig eigen belastingruimte hebben als Nederland. Sterker nog: het idee is ook niet meer dan een invulling van een belofte die een vorig Kabinet, toen nog met minister Zalm als minister van Financiën, aan de gemeenten heeft gedaan ter compensatie van de afschaffing van de OZB voor huurders.
Het draait echter niet alleen om geld. De relatie tussen gemeenten en Kabinet gaat ook steeds moeizamer als het om de omgangsvormen gaat. Terwijl het Kabinet aan de ene kant forse decentralisaties van taken van rijk naar gemeenten doorvoert – met name waar het snel stijgende kosten kan afschuiven – wordt aan de andere kant fors gecentraliseerd. Voorbeelden daarvan zijn de invoering van de Nationale Politie, waar geen enkele burgemeester warm voor loopt, of de invoering van de Regionale Uitvoeringsdiensten voor de milieuvergunningen en – handhaving tegen de wens van gemeenten in. En passant wordt met die laatste maatregel ook nog even 100 miljoen op de gemeenten bezuinigd door het Kabinet.
En wat te denken van de opvattingen die minister Donner onlangs in het Kabinet heeft gelanceerd over de bestuurlijke vernieuwing. Goed functionerende WGR+ regio’s moeten worden ontmanteld en geldstromen voor bijvoorbeeld de inrichting van het openbaar vervoer worden gecentraliseerd en opgeschaald naar een nieuwe bestuursautoriteit voor de gehele Randstad. Niet dat de gemeenten hierop enige invloed kunnen uitoefenen.
Of neem nou de invoeringstermijnen voor nieuwe wetgeving die gemeenten aangaat. Afspraak is dat gemeenten minimaal zes maanden de tijd krijgen om zich voor te bereiden bij wijzigingen van wetten. Bij ingrijpende nieuwe wetten gaat het zelfs om een jaar invoeringstijd. Die tijd is nodig om gemeenten in staat te stellen om de lokale verordeningen te vernieuwen, de organisatie in te richten, de automatiseringssystemen aan te passen en goed met burgers over de veranderingen te kunnen communiceren.
Het lijkt er steeds meer op dat het Rijk zich van die afspraken niets meer aantrekt. De bezuinigingen die er meestal achter zitten, zijn immers al op de rijksbegroting ingeboekt. En dus kan er geen sprake zijn van een fatsoenlijke voorbereidingsperiode. Zo worden de best ingrijpende veranderingen in de Wet Werk en Bijstand per 1 januari a.s. al doorgevoerd, terwijl de parlementaire behandeling in de Tweede Kamer nog afgerond moet worden. De kans dat er een adequate voorbereidingstijd komt voor bijvoorbeeld de ingrijpende decentralisatie van de AWBZ-zorg naar gemeenten, wordt ook steeds kleiner. Deze decentralisatie moet al per 1 januari 2013 in gaan, maar van een concept-wetsvoorstel is op dit moment nog totaal geen sprake. Laat staan van een parlementaire behandeling.
Natuurlijk staan er voor het Rijk grote belangen op het spel. Dat zal niet altijd leiden tot zeer ontspannen relaties met de andere overheden. Het Kabinet heeft gemeenten echter wel heel hard nodig. Zonder medewerking van gemeenten zal het Kabinet zijn beleid immers nooit kunnen uitvoeren. Zo bont als dit Kabinet het daarom maakt met de relatie met gemeenten is ongekend.

